Het Vaartland

Het Vaartland werd en wordt gedomineerd door water, en niet in het minst door de Vaart zelf.
Gegraven in de zestiende eeuw liet deze vaart, het huidige Zeekanaal, Willebroek op korte tijd openbloeien van miniscule nederzetting tot florerende gemeente.
De industrialisering in de late negentiende eeuw tekenden voor lange tijd het Willebroekse landschap.
En als is het uitzicht vandaag helemaal anders, de Vaart domineert nog steeds het Willebroekse landschap.
Stappend of fietsend door Willebroek vind je nog makkelijk en veelvuldig restanten van dit rijke Willebroekse verleden.
Het Sashuis: eeuwenlang de draaischijf van alle verkeer te water
Het Sashuis (Klein-Willebroek) en de omringende “Schans” waren eeuwenlang de draaischijf van alle verkeer te water tussen het Schelde-Rupel-bekken en Brussel.
Van stille getuige van de Spaanse bezetting ten tijde van de godsdienstoorlogen groeide het uit tot een trots symbool.
Het Sashuis speelde immers een cruciale rol in het scheepvaartverkeer tussen de zee en Antwerpen enerzijds en in de ontsluiting van het hinterland anderzijds.
In het museum wordt de geschiedenis van de Willebroekse vaart, haar plaatselijke sassen en bruggen, Klein-Willebroek zelf en het Sashuis belicht.
Gescheiden door en verbonden over het water: De vredesbrug
Deze hefbrug over het kanaal is een realisatie van een Willebroeks constructiebedrijf en werd in 1952 ingehuldigd.
Het is een hefbrug in geklonken staal van het portaaltype en geconstrueerd volgens het drie-scharnierenprincipe.
De brug werd in 1992 als monument beschermd en is eigendom van het NV Zeekanaal & Watergebonden grondbeheer Vlaanderen.
Het Zeekanaal Brussel-Schelde
Het Zeekanaal Brussel-Schelde behoort tot de oudste kanalen van ons land en moest oorspronkelijk de stad Brussel een vlottere handelsroute bieden richting Antwerpen en de zee.
Na een lange voorgeschiedenis, die begint in het midden van de 15de eeuw, startte men in 1550 officieel met de graafwerken. In 1560 was het kanaal klaar, al mondde het toen nog uit in de Rupel te Klein-Willebroek. Men sprak toen van de Brusselse of Willebroekse Vaart.
Het kanaal werd mettertijd steeds uitgebreid, vooral tijdens door het Hollandse Bewind, voor 1830. Na de Industriële Revolutie ontstond omstreeks 1900 de nood aan meer verregaande moderniseringswerken, die resulteerden in de opening van een nieuwe sluis naar de Rupel in 1922. Daarbij werd het kanaal officieel omgevormd tot ‘zeekanaal’. In 1997 werd een nog grotere nieuwe zeesluis in Wintam (Bornem) geopend.
Vandaag maakt het Zeekanaal Brussel-Schelde deel uit van de as Antwerpen-Brussel-Charleroi en is het toegankelijk voor zeeschepen tot maximaal 10.000 ton.
Belangrijkste gegevens van het zeekanaal
- Start graafwerken: in het jaar 1550
- Einde van de graafwerken: in het jaar 1560
- Oorspronkelijke lengte: 20 km
- Lengte van nhet huidige kanaal: 27 km
- Maximale toegelaten afmetingen schepen: 210 x 21 m
- Diepgang: 5,80 m / 9 m in 10.000 tons-vak (tot Puurs)
- Vrije hoogte: 30 m
- Aantal laad- en losplaatsen: 40
- Aantal sluizen: 2
Functies:
- economische functie voor vervoer van goederen naar de binnenhaven in Brussel
- waterhuishouding: bufferfunctie zodat de vallei van de Zenne, en de stad Brussel in het bijzonder, gespaard blijft van overstromingen
Water, groen …
De talrijke restanten van het waterige Willebroekse verleden vormen ook vandaag een oase van rust.
Dé perfecte uitvalbasis om deze te ontdekken, is het pittoreske Klein-Willebroek.
Ingesloten door twee kanaalarmen en de Rupel, staat alles in dit gehucht in het kader van water en schippersleven, de factoren die de geschiedenis van dit ‘Bokrijk van het Vaartland’ bepaald hebben.
Enkele kilometers verderop ligt het internationaal bekende ‘Hazewinkel’, waar roeiers, kayakkers en andere watersporters uit de hele wereld zich thuis voelen.
De roeivijver heeft dan ook olympische afmetingen, zodat het domein regelmatig de locatie vormt voor nationale en internationale kampioenschappen.
Vlakbij Hazewinkel ligt het natuurgebied Het Broek, deels een overblijfsel van het grote moerasgebied dat onze streken ooit bedekte.
Het Broek is een staatsdomein met een zeer rijke fauna en flora. Oorspronkelijk was het een ontoegankelijk waterrijk gebied met landduinen. Na het indijken van de Rupel tussen 1100 en 1300 werd het gebied niet meer overstroomd en kon men er turf winnen. Zo ontstonden in het Broek verschillende putten.Later werden enkele turfputten gebruikt om vlas te roten.
Door de aanplantingen van populieren tussen 1920 en 1960 veranderden de lage bosjes in uitgestrekte aanplantingen. Vandaag is het een recreatiegebied met uitgestippelde wandelwegen.
Niet altijd peis en vree - Het Fort van Breendonk
Het fort van Breendonk, is waarschijnlijk het meest bekende monument van de regio Vaartland.
Dit Fort is een van de best bewaarde concentratiekampen uit WO II in Europa.
Het werd met het grootste respect voor de historische waarheid, in 2003 volledig gerenoveerd.
Tijdens het aangrijpende bezoek ervan ontdekt u de werf waar de gevangenen dwangarbeid moesten verrichten, de folterkamer, de douches, de executieplaats, de gevangenenkamers,…
Met de modernste museologische middelen zoals audiogidsen, originele audiovisuele getuigenissen van oud-gevangenen, films en foto’s wordt u ondergedompeld in het leven van de gedetineerden, een leven in de greep van de SS.
Op pad …
Stappend door het Vaartland ontmoet u andere getuigen van het rijke industriële verleden.
De watertoren De Naeyer is een metalen toren met inzetkuip die in 1903 werd opgericht in voor de firma De Naeyer.
De toren is opgebouwd uit geklonken ijzeren platen. Hij ligt op de terreinen van De Naeyer Papier en wordt tot op heden gebruikt voor de watervoorziening van het bedrijf.
De watertoren werd in 1995 als monument beschermd.
De tegelfabriek Rottiers, gelegen in de deelgemeente Tisselt, is een voorbeeld van een zeer goed bewaard en uniek geworden bedrijfje behorend tot de kleiverwerkende nijverheid. Het betreft een gespecialiseerde tegelfabriek, opgericht in de jaren ’20 en tot op heden nog voorzien van de volledige uitrusting (machines, werktuigen, mallen). Dit uniek bedrijf werd omwille van haar industrieelarcheologische waarde, samen met de directe omgeving in 1998 beschermd.
Als u met de trein komt, bekijk dan dadelijk bij aankomst het station.
Het bakstenen stationsgebouw in eclectische stijl werd opgericht in 1913-1914. Aanvankelijk had het station een nevenfunctie als telegraafrelais, de telegraaftoren werd echter in 1963 gesloopt.
Het interieur, eveneens in eclectische stijl is nog intact. Belangrijk hier is de lokettenhal met o.a. de granito-vloer, de bepleisterde en beschilderde muren met neo-classicistische stucdecoratie en het houten cassetteplafond.
Het pand werd beschermd in 1987.

