Erfgoed in BOOM
- De Wijk Noeveren
- O.L.V. en Sint-Rochuskerk
- Herenhuis
- Pastorie/Dekenij
- Gemeentepark
- Woning "Verstrepen"
- Provinciale Technische Scholen
De Wijk Noeveren
Boom
Noeveren, een gehucht van de gemeente Boom, is gelegen tussen het centrum van Boom (de spoorweg), de gemeentegrens met Niel, de Nielsestraat en de Rupel.
Enkele dwarsstraten verbinden deze intercommunale weg met de rechter Rupeloever.
De naam Noeveren geldt als enige straatnaam voor heel de wijk met uitzondering van het steegje "Blauwe Pan" tegen de Nielsestraat.
Enkele straatjes ten noorden van de Nielsestraat worden doorgaans ook bij het gehucht Noeveren gerekend, nl. de Isabellastraat, Diepestraat en Plantsoenstraat.
Noeveren is van oudsher een industriële site. Steengelagen komen er reeds voor sinds 15de eeuw maar in zijn huidige vorm kwam het gehucht pas tot stand in 19de en begin 20ste eeuw.
Op de stafkaarten van 1903 waaruit de massale toename van het baksteenbedrijf, niet alleen op Noeveren doch in heel de Rupelstreek (r. oever) blijkt, ziet men overal de lange rijen droogloodsen verschijnen en grotere gebouwencomplexen (ovens, werkplaatsen) tot stand komen.
De belangrijkste industrieën op Noeveren: de baksteenfabrieken Novobric-Lauwers, de Gebroeders Lauwers, Frateur en Peeters-Van Mechelen. Allen gesloten.
De woonkernen waren niet gepland maar zijn spontaan gegroeid volgens welbepaalde maatstaven, en ontstonden voor het eerst in 16de eeuw.
Ze hebben binnen het woongebied een ingebouwde loopafstand van 400 m, dit is vijf minuten gaan, en liggen op 800 m van elkaar. Daartussen is werkgelegenheid - steenfabrieken, scheepstimmerwerven, metaalfabrieken - voorzien.
Een aan de Rupel evenwijdig lopende weg, de Noeverseweg, zorgt ervoor dat de arbeiders op zeer korte afstand van hun werkplaats wonen.
De beperkte kernfuncties zoals winkels en café's zijn gegroepeerd rond Noeverseplein en Noeverseweg. Het wijkschooltje met aanpalende onderwijzerwoning ligt aan de Nielsestraat, nrs. 137-139.
De arbeidershuisjes werden meestal door de fabrieksbazen in serie gebouwd, slechts enkele huisjes ervan bleven bewaard.
De overige huizen werden vrijwel alle gebouwd tussen 1845 en 1935; slechts 11,14% van de huizen dateert van na 1935. Ze staan in groepjes verspreid langs de randen van een steenbakkerij, rond een plein, langs een straat of langs een steeg.
Ze zijn gebouwd volgens repeterend of spiegelbeeldschema; achteraan. Opzij of langs de overzijde van de steeg bevinden zich latrines en berghokken.
De meeste huisjes zijn twee trav. breed, anderhalve bouwlaag hoog en afgedekt met pannen zadeldak.
De lijstgevel van donkere baksteen is geopend met rechthoekige of licht getoogde vensters en deur.
De oudere woningen hebben nog houten lateien, de nieuwere arduinen. Een getrapte daklijst en een oeil-de-boeuf komt vaak voor.
De inwendige verdeling is als volgt: een woonplaats vooraan; een keukentje en voutekelder achteraan, een slaapkamer en een zolder boven.
Door de uitgravingen ontstonden grote terreinniveauverschillen.
De Nielsestraat die als een dijk boven de rest van het landschap uitsteekt wordt gebruikt voor intercommunaal verkeer, het lokaal verkeer speelt zich dan weer af in de diepte.
Een verbinding met de noordelijke kleiputten onder de Nielsestraat is mogelijk door onderdoorgangen die door de bewoners druk worden gebruikt.
Deze tunnels werden vanaf ca. 1850 gegraven om de kleitoevoer van de noordelijke putten naar de werkplaatsen en ovens te vergemakkelijken, later om de "groene" steen van de loodsen naar de ovens te transporteren.
O.L.V. en Sint-Rochuskerk
Grote Markt, Boom
De Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Rochuskerk werd opgetrokken op de Grote Markt tussen 1848 en 1850.
Het is een neogotisch bouwwerk vervaardigd uit Boomse baksteen, en opgetrokken volgens het plan van architect Frans Drossaert uit Tienen.
De restauratiewerken werden gestart in 1974-1975, en een tweede fase werd uitgevoerd in 1993.
De kerk is beschermd sinds 1976.
Het interieur is neogotisch. Jos Vandemoor hieuw het hoofdaltaar uit één blok. Boven het hoofdaltaar prijken drie schilderijen uit 1852 van Karel August Wauters (1809-1869).
De preekstoel is het werk van de Antwerpenaar H. Van Ockerhout.
Verder hangen er schilderijen uit de 17de tot de 19de eeuw, waaronder het paneel “Verering van Onze-Lieve-Vrouw van Boom”, van ca. 1600, “de Kroning van Maria” uit de 17de eeuw, en vier doeken met de “blijde mysteries” uit 1787.
Veel 19de eeuwse beelden van gepolychromeerd hout sieren de pilaren. Het geklede beeld van Onze-Lieve-Vrouw van Boom van 1616, gemaakt door Peter Weleman, wordt vereerd omstreeks 15 augustus. Het beeld van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes is opgesmukt met een kunstsmeedwerk van kunstenaar Edward Roofthooft.
Hij begon als fietsenmaker, maar werd ook bouwer van motoren, van auto’s en van een vliegtuig.
Herenhuis, Hoek 1 en Burgerhuis eclectisme
Hoek 2, Boom
Beide geklasseerde woningen werden in de 19de eeuw gebouwd door de eigenaars van de belendende scheepstimmerwerf, en zijn momenteel een beschermd monument.
Hoek 1 is een half vrijstaand herenhuis in laat-classicistische stijl van ca. 1845.
Het dubbelhuis heeft een schilddak (Vlaamse pannen), en is gemarkeerd door eenvoudig paneelwerk boven de vensters van het gelijkvloers.
In de gevel zijn leeuwenkoppen (steigergatvulling) verwerkt. De vensters waren oorspronkelijk voorzien van luiken.
De originele rechthoekige deur in vlakke omlijsting op neuten afgedekt met een brede waterlijst op consoles siert het gebouw in eenvoud.
De leuning op de bel-etage is spijtig genoeg verdwenen.
Het Burgerhuis op Hoek 2, in eclectische stijl, van rond de eeuwwisseling, heeft een scheepsvormige arduinen kuip in de voorgevel en is onderkeldert.
Hier zien we een mansardedak (leien) met rechthoekige dakvensters en een oeil-de-boeuf, beide in een houten omlijsting.
De witte bakstenen lijgevel op een hoge arduinen plint is gekenmerkt door verschillende boogvensters met sleutel en omlopende druiplijst op de begane gronden, arduinen paneelversiering op de borstwering.
Rondom de ingebogen vleugeldeur met bekronende oculus vinden we een zware arduinen omlijsting. Het schrijnwerk van de vensters en deur is nog steeds origineel.
Pastorie/Dekenij Boom
Hoogstraat 28, Boom
De dekenij in de Hoogstraat heeft het jaartal 1764 op de sluitsteen van de deuromlijsting. In dat jaar had pastoor J.F.Noël (afkomstig uit Maaseik) een stuk van "De Bogaerd" als tuin aangekocht. Nu kan de gemeente Boom erover beschikken. Volgens Em. Steenackers werd de pastorie "herbouwd" in 1774, waarschijnlijk door de aanbouw van de twee zijvleugels.
Amper 25 jaar later heeft het Frans schrikbewind ze in beslag genomen.
De pastoor vond onderkomen bij "Van Reeth achter het kapelleke in de Vrijheidstraat". Na een nachtelijke berechting te Noeveren is hij op straat schielijk overleden.
Eerst werd het pastoorshuis zowel het gemeentehuis, als vergaderplaats voor het municipaal bestuur en als bewaarplaats voor archieven. De kelders dienden als gevangenis. Maar het is niet onteigend want pastoor Noël ontving als vergoeding 180 Brabantse gulden per jaar.
Onder het Keizerrijk heeft de gemeente de pastorie als gendarmerie gehuurd voor 300 frank per jaar.
Na het concordaat van Napoleon met de Paus, heeft pastoor Petrus Bal bij zijn aanstelling ze als woonhuis aangevraagd. Maar tevergeefs, niettegenstaande herhaald aandringen.
Wel heeft meier Janssens in 1810 naar de prefect geschreven dat ook "het kerkfabriek" er om verzocht en in 1812 heeft hij haar eigendomsrecht op de pastorie bevestigd.
Maar omdat hij voor de gendarmerie geen andere plaats kon vinden achtte hij de aanhoudende aanspraak van de pastoor onbetamelijk. Dat schreef hij ook naar het aartsbisdom met het verzoek om de pastoor te bedaren. In 1813 vroeg de aartsbisschop dat de prefect zou zorgen voor een ander woonhuis. Maar de pastoor wou met geen ander voorstel vrede nemen. Zolang het Keizerrijk duurde bleef de pastorie gendarmerie.
Bij de inval van de Bondgenoten 1814, stelde de gemeente ze ter beschikking van officieren en soldaten. Zo diende ze tijdelijk als kazerne. Na het vertrek van de Pruisische soldaten nam de pastoor er dadelijk zijn intrek. Dan heeft de gemeente het herstel van de aangerichte schade bekostigd.
Gemeentepark
Beukenlaan, Boom
Het gemeentepark beslaat een oppervlakte van 25 ha, gelegen tussen ’s Herenbaan, Beukenlaan en Spoorweglaan.
Gebruik makend van een bestaand natuurgebied werd in 1928-29 een gemeentepark aangelegd met Franse tuin, bos, vijvertjes (gevoed door de Molenbeek) en sporttereinen n.o.v. architect P. Haesaerts.
Het werd samen met de Technische Scholen en de omringende tuinwijk opgevat als een globaal project o.l.v. ingenieur B. Haesaerts.
In het zuidelijke gedeelte zijn veelhoekige vijvers met bakstenen bruggen, doorgangen en afsluitingen aansluitend bij de Nieuwe Zakelijkheid terug te vinden.
In en rond de waterpartijen staan bakstenen sokkels met bronzen beelden van bekende kunstenaars oa. "Zegepraal", "Vooruitstreven ",… door Ernest Wijnants; "Moederweelde" en "Solidariteit" beide van 1934 door Joris Minne en "Volksvrouw" van 1934 door Rik Wouters.
In 1937 werd het park eigendom van de gemeente Boom en op 8 maart 1940 werd het park omwille van zijn esthetische waarde gerangschikt als beschermd landschap.
Woning "Verstrepen"
Antwerpsestraat 134, Boom
De woning "Verstrepen" werd in 1927 gebouwd olv architect J.L. Stynen.
Deze eengezinswoning met alternerende volumes, lijstgevels van blauwe baksteen op hoge met tegels bezette plinten, is het bezoeken waard. De rechthoekige vensters en deuren nodigen u uit om een kijkje te nemen. Boven bevindt zich een torenachtige traphal met beglaasde hoekpartij.
Provinciale Technische Scholen
Beukenlaan 44/1, Boom
Op 1 september 1919 werd op initiatief van Ing. Benjamin Haesaerts en onderwijzer A. Gillé te Boom een technische avondcursus opgericht “De Gewestelijke Nijverheidsschool”.
De eerste werkhuizen in de huidige P.T.S. werden op 17 november 1928 in gebruik genomen, hetzelfde jaar werd de beroepsschool geopend en in 1929 was het gehele gebouw afgewerkt.
De gebouwen van de P.T.S. Boom vormen een aansluitend geheel op de Franse tuin van het gemeentelijk park.
De watertoren van het gebouw zorgde reeds in 1928 voor stromend water in de scholen en de omliggende huizen. De openbare waterleiding van de P.I.D.P.A. kwam pas enkele jaren later.
Het monumentaal complex in Nieuwe Zakelijkheid van architecten C. Bal en E. Lamot wordt geflankeerd door torenachtige hoekgebouwen die de aanzet vormen van de vleugels aan de vermelde laan en straat, respectievelijk met lokalen voor theorie en praktijklessen gescheiden door een ruime binnenkoer met magazijnen.
Het gebouw is omgeven door geometrisch aangelegde tuin met lage afsluiting.
Het twee tot drie bouwlagen hoge gebouw onder plat dak, heeft lijstgevels van grijze klampsteen en witte natuursteen met alternerende volumes en muuropeningen met stalen ramen en deuren.
De magazijnen onder de raekemdaken zijn omgeven door beglaasde luifels op ijzeren constructies.

